Op deze pagina is informatie te vinden over de IJslandse taal. Allereerst zal worden ingegaan op algemene informatie over de taal, zoals het ontstaan van het IJslands, de taalfamilie en verspreiding, het schriftsysteem, de spreektaal en dialecten. Vervolgens wordt er specifiekere informatie gegeven over de fonologie, morfologie, syntaxis, pragmatiek en de woordenschat van het IJslands. Tevens wordt de verwervingsvolgorde van enkele domeinen besproken met daaropvolgend extra informatie over tweede taalverwerving in het IJslands. Hierna worden verschillende onderzoeken naar specifieke taalstoornissen binnen het IJslands besproken. We beginnen met een samenvatting van alle informatie (punt 0). Voor de geïnteresseerde lezer zijn onderaan de pagina een aantal literatuurverwijzingen te vinden.
0. Praktische informatie voor taalonderzoek
Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Het IJslands verschilt in een aantal opzichten van het Nederlands op zodanige wijze dat er problemen kunnen ontstaan op het gebied van fonologie, morfologie, syntaxis en semantiek. Als u onderstaande problemen constateert bij een jonge leerder van het Nederlands met het IJslands als moedertaal, hoeft dat dus niet per se te wijzen op een TOS. Fonologie Er is een aantal klinkers dat het IJslands niet kent: de schwa en de diftong [ɶy] (“ui”). Ook de Nederlandse consonanten [b], [d], [g], [ʃ], [ʒ], [ʋ] en [z] bestaan in het IJslands niet. Bovendien worden de [a] en [o] verschillend uitgesproken in de twee talen.
Morfologie Wat betreft de werkwoordsmorfologie is een verschil tussen het Nederlands en het IJslands dat die laatste taal slechts twee werkwoordstijden kent, namelijk het heden en de verleden tijd. Bij de vorming van het voltooid deelwoord neemt het hulpwerkwoord (anders dan in het Nederlands) de niet vervoegde vorm van het hoofdwerkwoord aan.
Syntaxis Qua zinsstructuur is het lastig dat het IJslands een wat vrijere woordvolgorde heeft dan het Nederlands. Daarbij is het in het IJslands ook nog eens gebruikelijk om het topic in de bijzin naar voren te verplaatsen. Een IJslands kind dat, vanuit Nederlands oogpunt gezien, zinsdelen op vreemde plekken in de zin plaatst, hoeft dus niet direct vanwege een taalontwikkelingsstoornis te doen.
Semantiek Het IJslands gebruikt geen onbepaalde lidwoorden, wat tot extra moeilijkheid kan leiden bij het aanleren van de toch al lastige Nederlandse lidwoorden.
Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementenEr is helaas maar beperkt onderzoek gedaan naar taalontwikkelingsstoornissen in het IJslands. Waar bij ouders of tolken wel naar gevraagd kan worden om vanuit de moedertaal van het kind te achterhalen of er mogelijk sprake is van een TOS, is de morfologie van het IJslands. Het is bekend dat kinderen met een TOS veel problemen hebben met de morfologie van hun T1 als deze rijk is en bovendien is gebleken dat IJslandse kinderen met een TOS moeite hebben met het suffix dat afhankelijk is van het naamwoordelijke geslacht en de samenvoeging met het naamwoord zelf. Er zou dus aan de ouders gevraagd kunnen worden: - Heeft het kind moeite met de naamvallen in het IJslands?- Heeft het kind moeite met selecteren van het juiste suffix?- Maakt het kind correcte combinaties van het naamwoord met het suffix?
1. Algemene informatie
Ontstaan taal De IJslandse taal is ontstaan vanuit andere Scandinavische talen. IJsland werd als eerste bewoond door Kelten. De Keltische taal is vergelijkbaar met het Oudnoors. In de 13e en 14e eeuw heeft de taal zich anders ontwikkeld dan het Noors (Karlsson, 2004: 9). Het Noors ontwikkelde een andere uitspraak door handelscontacten met andere Germaanse gebieden. Zo zijn steeds meer leenwoorden en andere fonemen in het Noors geïntegreerd geraakt. Het IJslands veranderde nauwelijks en hield dezelfde fonemen aan als in het Oudnoors. De taal is sindsdien nauwelijks veranderd vanwege de afgelegen positie in Europa (Karlsson, 2004: 9; Thordardottir & Juliusdottir, 2012: 415).
Taalfamilie en verspreiding Het IJslands is een Noord Germaanse taal die tot de Indo-Europese taalfamilie behoort (Karlsson, 2004: 8). Het IJslands is de officiële taal in IJsland met ongeveer 300.000 tot 320.000 sprekers (Karlsson, 2004: 9). IJslands wordt met name in IJsland gesproken. De taal is niet wijd verspreid, vanwege de afgelegen positie van het land (Karlsson, 2004: 9; Juliusdottir, 2012: 415). De taal is hierdoor minder veranderd dan andere Scandinavische landen. Hierdoor kunnen mensen uit Noorwegen, Zweden en Denemarken de taal nauwelijks of niet verstaan (Árnason, 2011: 3; Thordardottir & Juliusdottir, 2012: 415). Tussen 1870 en 1915 zijn er ongeveer 20.000 IJslanders naar Noord-Amerika gemigreerd. Deze mensen hebben IJslands gesproken in de Amerikaanse staten; Manitoba, Alberta, British Columbia en North-Dakota. Momenteel spreken echter slechts enkele mensen nog IJslands in Noord-Amerika. De taal is daar bijna uitgestorven (Thráinsson, 2007: 1).
Schriftsysteem In het IJslands wordt net als in Nederlands het Latijnse alfabet gebruikt. De letters <c, q, w> behoren tot het alfabet, maar worden enkel gebruikt voor woorden en namen van leenwoorden. De letter <z> wordt alleen gebruikt wanneer het gaat om oude spelling bij historische benamingen (Thráinsson, 1994: 142). Naast de gebruikelijke 26 tekens worden in het IJslands andere tekens gebruikt zoals de: <á, é, í, ó, ú, ý, ð (eth), þ (thorn), æ en ö>. In totaal zijn er 36 tekens in het alfabet. De speciale letter thorn (þ) geeft de klank weer die overeenkomt met de Engelse letter <th> in het woord <think>. De letter eth (ð) is daar de stemhebbende variant zoals in het woord <that>. De letter eth (ð) staat in het IJslands nooit aan het begin van een woord. De letter thorn (þ) staat nooit aan het eind van een woord (Thráinsson, 1994: 144, 147). De IJslandse spelling is nauwelijks veranderd in de loop der jaren (Karlsson, 2004:10).
Spreektaal Het fonologisch systeem is het meest veranderd, vergeleken met het Oudnoors (Thráinsson, 1994:143). Met name de vocalen zijn in de loop der jaren veranderd in uitspraak. In het Oudijslands was het mogelijk elke vocaal slechts op één manier uit te spreken, terwijl in het Moderne IJslands een vocaal zowel lang als kort kan worden uitgesproken. Vroeger was vocaallengte een distinctief kenmerk, maar dit is het in het huidige IJslands niet meer van toepassing (Thráinsson, 1994:146). De consonanten zijn minimaal veranderd sinds het IJslands is ontstaan (Karlsson, 2004:10).
Dialecten en overeenkomsten met andere talen Het IJslands kent nauwelijks dialecten. Er zijn vroeger een aantal dialecten ontstaan vanwege politieke verschillen in het land. Deze verschillen zijn zo minimaal dat deze dialecten nog nauwelijks zijn te herkennen (Karlsson, 2004: 7; 1994: 142). Er zijn wel een aantal talen die lijken op het IJslands. Het Faeröers is er daar één van. Vroeger leken het IJslands en het Faeröers veel op elkaar in zowel fonologie, morfologie en syntaxis (Árnason, 2011: 3-4). Het huidige Faeröers als gesproken taal klinkt heel anders dan het IJslands. Mensen uit IJsland en Faeröer kunnen elkaar niet goed verstaan. Het schrift is wel vergelijkbaar met het IJslands. Norn is een andere taal die leek op het IJslands. Deze taal is uitgestorven en was vergelijkbaar met het Oudnoors (Jacobsen, 2001: 39-40).
2. Specifieke informatie IJslands
Fonologie
Vocalen Het fonologisch systeem is het meest veranderd vergeleken met het Oudnoors (Thráinsson, 1994:143). Met name de vocalen zijn in de loop der jaren veranderd in uitspraak. In het Oudijslands kon elke vocaal slechts op één manier worden uitgesproken, terwijl in het moderne IJslands een vocaal zowel lang als kort kan worden uitgesproken. Vroeger was vocaallengte een distinctief kenmerk, maar is het in het huidige IJslands is dit niet meer van toepassing (Thráinsson, 1994:146). In onderstaande tabel. (tabel 1) zijn de distinctieve kenmerken van alle IJslandse vocalen en diftongen te vinden.
Tabel 1. Distinctieve kenmerken IJslandse vocalen en diftongen. Tussen de […] haken staan de klanken en achter de klanken staat de letter (Gebaseerd op Thráinsson, 1994: 144 en Árnason, 2011: 58).
Articulatiewijze
Voor
Achter
Ongerond
Gerond
Ongerond
Gerond
Hoog
[i] í
[u] ú
Midden
[ɪ] i
[Y] u
Laag
[ɛ] e
[œ] ö
[a] a
[ɔ] o
Diftongen
[äi̯] æ
[äu̯] á
[ou̯] ó
[jɛ] é
[ɛi̯] ei of ey
[œy̯] au
In het IJslands zijn er acht vocalen: [äː]-[ɑ], [eɛ̯]-[ɛ], [i]-[ɪ], [oɔ̯]-[ɔ], [ʏ], [œ], [œy̯] en [u]. Deze kunnen zowel kort als lang worden uitgesproken. De regel die hierbij geldt: open syllabes hebben een lange vocaal (bijvoorbeeld: <aap>), terwijl gesloten syllabes een korte vocaal hebben (bijvoorbeeld: <acht>) (Árnason, 2011:129, 142-143). De <i> of <y> en <í> of <ý> worden hetzelfde uitgesproken (Árnason, 2011: 57-60, 132). In tabel 2 zijn alle vocalen in zowel korte als lange uitspraakvariant met een koppeling naar de Nederlandse taal weergegeven. In tabel 3 is de uitspraak van de diftongen te vinden. Sommige klanken lijken qua schrift op het Nederlands, maar worden meestal anders uitgesproken in het IJslands (zie tabel 2 en 3 voor de uitspraak).
Tabel 2. Lange en korte vocalen in het IJslands en de meest vergelijkbare klank in het Nederlands (gebaseerd opThráinsson, 1994; Árnason, 2011).
Teken (spelling IJslands)
IPA symbool […]
Klank in een IJslands woord (vertalingen tussen haken)
Klank in een Nederlands woord
(a) lang
[äː]
kaka (cake)
Lijkt het meeste op het woord /haas/, maar wordt minder open uitgesproken dan de Nederlandse klank /a/.
(a) kort
[ɑ]
taska (handtas)
tas
(e) lang
[eɛ̯]
skera (snijden)
Gecombineerde uitspraak van de klank [e] en [ɛ̯]. Kennen we in het Nederlands niet.
(e) kort
[ɛ]
leti (luiheid)
pet
(í) of (ý) lang
[i]
líta (kijken)
pier
(i) of (y)
kort
[ɪ]
litur (kleur)
pit
(o) lang
[oɔ̯]
lofa (belofte)
Lijkt het meest op de Nederlandse klank [o] zoals in /horen/, maar wordt net iets langer uitgesproken.
(o) kort
[ɔ]
koma (komen)
pot
(u)
[ʏ]
sumar (zomer)
muur
(ö) lang
[œ]
föger (mooi)
put
(ö) kort
[œy̯]
öngull (haak)
Lijkt het meest op de Nederlandse klank /oi/, zoals in het woord /hoi/.
(ú)
[u]
kúla (bal)
koe
Tabel 3. Diftongen in het IJslands en de meest vergelijkbare klank in het Nederlands (gebaseerd opThráinsson, 1994; Árnason, 2011).
Teken (spelling IJslands)
IPA symbool […]
Klank in een IJslands woord (vertalingen tussen haken)
Klank in een Nederlands woord
(æ)
[äi̯]
læsa (slot)
Lijkt veel op het woord /mais/, maar wordt er achter de [ai] klank nog een [j] klank uitgesproken.
(á)
[äu̯]
fár (schade)
Lijkt het meeste op de klank [ʌu] in het Nederlands, maar achter de [ʌu] klank nog een [ʋ].
(ó)
[ou̯]
rós (roos)
De klank lijkt op de Nederlandse [o], maar de klank [o] coarticuleert in de klank [œ].
(é)
[jɛ]
ég (ik)
Deze klank kennen we niet in het Nederlands, maar wordt uitgesproken als de klank [i] gevolgd de [j] en daarna de [ɛ].
(ei) of (ey)
[ɛi̯]
skeið (lepel)
Lijkt op de Nederlandse diftong [ɛi], maar met een [j] klank verlengd.
(au)
[œy̯]
auð(paling)
Vergelijkbaar met het Nederlandse leenwoord /freule/.
De meeste vocalen en diftongen zijn ongeveer vergelijkbaar met de Nederlandse vocalen en diftongen. In het IJslands kent men de ‘stomme /e/’ niet. Ook de [a], [o] klinken in het Nederlands anders dan in het IJslands. In het IJslands kent men de diftong [œy] (ui) niet. Deze klank zal het meeste problemen geven bij kinderen die het Nederlands als tweede taal leren en thuis IJslands spreken
Consonanten
De letters <c, q, w>behoren tot het alfabet, maar worden enkel gebruikt voor woorden en namen van leenwoorden. De letter <z> wordt gebruikt wanneer de oude spelling van het IJslands wordt gebruikt. Deze consonant wordt als een [s] uitgesproken (Thráinsson, 1994: 142).
Plosieven Alle plosieven worden stemloos uitgesproken. De consonanten worden het meest gedifferentieerd door de consonant met of zonder aspiratie uit te spreken. De normale stemloze plosieven zijn de consonanten [p, t, c, k] (Árnason, 2011: 98). De plosief [c] kennen we in het Nederlandse klanksysteem niet. Deze klank lijkt het meeste op de Nederlandse klank [k], maar wordt palataal uitgesproken in plaats van velaar (zie tabel 4). Tevens kent het IJslands de geaspireerde plosieven [ph, th, ch, kh ] die in het Nederlandse klanksysteem niet geaspireerd worden uitgesproken. Er is geen eenduidig fonologische of morfologische verklaring voor de aspiratie van plosieven (Árnason, 2011: 104-105). De plosieven hebben een andere klank-teken koppeling in het IJslands vergeleken met het Nederlands. De letter <b> wordt uitgesproken als een [p] en de letter <d> wordt in het IJslands als een [t] uitgesproken. Indien de letter <b> tussen de letter <m> en <d,t,s,g> staat, wordt de letter <b> uitgesproken als de klinker [ø]. Indien de letter <d> tussen de letter <l> of <n> en <g,n,l,k,s> staat wordt de letter <d> uitgesproken als de klinker [ø]. Deze klinker wordt in het Nederlands niet gebruikt, maar is het beste te vergelijken met de lang uitgerekte klinker [ʏ] zoals in het woord <put>.Tot slot wordt de letter <g> als een [k] uitgesproken in het IJslands (zie tabel 5). Deze klank-tekenkoppeling zal waarschijnlijk voor verwarring zorgen bij een meertalig kind. In het IJslands wordt de glottale stopklank [ʔ] als aparte klank gezien (Árnason, 2011: 100). Deze klank wordt ook wel glottisslag genoemd. In Nederlandse spraak komt deze klank voor in het woord <beamen> en wordt dit uitgesproken als [bəʔˈaːmə(n)].
Fricatieven Er zijn een aantal stemhebbende- en stemloze fricatieven in het IJslands (zie tabel 4). De meeste fricatieven zijn bekend in het Nederlandse klanksysteem. De letter thorn wordt uitgesproken als de klank [θ] zoals in het Engelse woord <think>. De letter thorn (þ) staat nooit aan het eind van een woord. De letter thorn wordt gebruikt voor een stemloze consonant in bijvoorbeeld het woord <maðkur>.De letter eth (ð) is de stemhebbende variant van de letter thorn zoals in het woord <that>. De letter eth (ð) staat in het IJslands nooit aan het begin van een woord. De letter eth wordt gebruikt indien deze tussen vocalen staat of aan het einde van een woord. Indien de letter <ð> tussen de letters <r> en <n> staan en tussen de letters <g> en <s> zoals in het woord < harðna> wordt het uitgesproken als de klinker [ø]. Zie het voorbeeld dat eerder besproken is bij de plosieven (Thráinsson, 1994: 144, 147). De letter <hj> en bijbehorende klank [ç] kent het Nederlandse klanksysteem niet. Voor een vergelijking met een Nederlandse klank zie tabel 5. Naast een aantal onbekende letters en klanken in het IJslands wordt de klank [x] in het IJslands voor zowel de letter <g> als <k> gebruikt. In het Nederlands wordt de klank [x] enkel bij de letter <g> uitgesproken.
Nasalen In de meeste gevallen worden de nasalen [m] en [n] gebruikt die hetzelfde worden uitgesproken als in het Nederlands. In combinatie met de letter <g> of <k> na de letter <n> verandert de klank in [ŋ]. Dit is hetzelfde als is het Nederlands bij de woorden <bang> of <bank>. In het Nederlands kennen we de klank [ɲ] in het woord <oranje>. In het IJslands worden een aantal nasale klanken gebruikt die in het Nederlandse klanksysteem niet gebruikelijk zijn. Dit zijn de stemloze nasalen. Hier zijn in sommige gevallen regels aan verbonden. Indien er voor en na de letter <m> een stemloze consonant wordt uitgesproken verandert de klank in [m̥]. De letter <m> kan in het IJslands op 2 verschillende wijzen worden uitgesproken. De letter <n> kan op zes verschillende wijzen worden uitgesproken. Indien er voor en na de letter <n> een stemloze consonant wordt uitgesproken verandert de klank in [n̥]. Voor de klanken [ŋ̊] en [ɲ̊] gelden geen specifieke regels. Zie tabel 4 en 5 voor de uitspraak van deze klanken en enkele voorbeelden vanuit de Nederlandse taal.
Lateralen Wat betreft de lateralen heeft de letter <l> in het IJslands twee uitspraken wat zeer differentiërend is voor deze taal (Árnason, 2011: 109-113). Er bestaat de stemhebbende klank [l] die men internationaal en in het Nederlands gebruikt. In IJsland uit men de letter <l> echter stemloos aan het einde van een woord of als er een stemloze consonant volgt na de letter <l> zoals in het IJslandse woord <stúlka> (Árnason, 2011: 109-113).
Trilklanken Hetzelfde geldt voor de trilklanken in het IJslands. De meest gebruikte klank [r] in het IJslands is hetzelfde als de oorspronkelijke uitspraak van de letter <r> in het Nederlands; namelijk de alveolaire trilklank [r]. Deze wordt in het IJslands initiaal en tussen twee vocalen gebruikt. Daarnaast bestaat er in het IJslands ook de stemloze uitspraak van de letter <r>. Voor en na een stemloze consonant en na een spreekpauze uit men de stemloze <r>.
In tabel 4 en 5 is een volledig overzicht te vinden van alle consonanten in het IJslands. In tabel 4 is een onderscheid is gemaakt tussen articulatiewijze en de plaats van articulatie. In tabel 5 is een koppeling van de IJslandse consonant naar een vergelijkbare Nederlandse klank te vinden. Indien er een vergelijking tussen IJslandse en Nederlandse consonanten wordt gemaakt zijn er meerdere verschillen in beide klanksystemen. In het IJslands kent men de volgende klanken niet [b,d,g, ʃ, ʒ, ʋ, z] die in het Nederlands wel worden gebruikt. Dit heeft in sommige gevallen een logische verklaring, omdat de klanken [ʃ, ʒ] in Nederland ook in leenwoorden worden gebruikt zoals in het woord <douche> en <horloge>. In het IJslands is het gebruikelijk om leenwoorden zo goed mogelijk te vertalen naar de eigen taal. Een tweetalig kind zal met name moeite hebben om de klanken [b,d,g, ʃ, ʒ, ʋ, z] te verwerven, omdat deze in het IJslands niet voorkomen. Indien een Nederlands kind naar IJsland emigreert, zal het kind daar met name moeite hebben met het uitspreken van geaspireerde en stemloze consonanten, die in het Nederlands ongeaspireerd en stemhebbend worden uitgesproken.
Tabel 4. Distinctieve kenmerken consonanten. Tussen de […] haken staan de klanken en achter de klanken staan de letters (gebaseerd opThráinsson, 1994: 147; Árnason, 2011: 98).
Articulatiewijze
Plaats van articulatie
Labiaal
Dentaal /alveolair
Palataal
Velaar
Glottaal
Plosieven
Ongeaspireerd
[p] b
[t] d
[c] g
[k] g
[ʔ]
Geaspireerd
[ph] p
[th] t
[ch] k
[kh] k
Fricatieven
Stemhebbend
aproximant
[v] v
[ð]ð
[j] j
[ɣ] g
Stemloos
[f] f
[θ̠] þ
[ç] hj
[x] g, k
[h] h
Nasalen
Stemhebbend
[m] m
[n] n
[ɲ] n
[ŋ] n
Stemloos
[m̥] m
[n̥] n
[ɲ̊] n
[ŋ̊] n
Lateralen
Stemhebbend
[l] l
Stemloos
[l̥] l
Trillklanken
Stemhebbend
[r] r
Stemloos
[ɾ̥] r
Tabel 5. Consonanten in het IJslands en de meest vergelijkbare klank in het Nederlands (gebaseerd opThráinsson, 1994; Árnason, 2011).
Teken (spelling IJslands)
IPA symbool […]
Klank in een IJslands woord (vertalingen tussen haken)
Klank in een Nederlands woord
(b)
[p]
bar (bar)
Wordt uitgesproken als de Nederlandse letter <p> zoals in het woord /pet/.
(d)
[t]
dal (vallei)
taal
(ð) edh
[ð]
eða (of)
Zoals in het Engelse woord /that/.
(f)
[f]
fundur (vergadering)
fiets
(g)
[c]
gjör (klaar)
Lijkt op de Nederlandse klank [k], maar wordt meer palataal uitgesproken.
[k]
göróttur (onzuiver)
kat
(h)
[h]
há (hoog)
hoog
(hj)
[ç]
hjá (naast of met)
De klank lijkt een combinatie van de klank [ʃ] zoals in het woord /douchen/ en de klank met de klank [x] in het woord /lach/.
(j)
[j]
já (ja)
ja
(k)
[ch]
kjör (selectie)
De klank is vergelijkbaar met de klank [k], maar dan meer palataal en met een [h] klank uitgesproken.
[kh]
kor (oude leeftijd)
De klank is vergelijkbaar met de klank [k], maar dan met een [h] klank uitgesproken.
(l)
[l]
lamb (lam)
lam
(m)
[m]
mamma (mama)
mama
(n)
[n]
nafn (naam)
naam
(p)
[ph]
par (paar)
De klank is vergelijkbaar met de klank [p], maar dan met een [h] klank uitgesproken.
(r)
[r]
rigna (regen)
regen
(s)
[s]
sá (zien)
sop
(t)
[th]
tal (spraak)
De klank is vergelijkbaar met de klank [t], maar dan met een [h] klank uitgesproken.
(v)
[v]
vá (calamiteit)
vos
(x)
[xs]
lax (zalm)
taxi
(þ) thorn
[θ̠] thorn
þú (jij, u)
De speciale letter thorn <þ> geeft de klank weer die overeenkomt met de Engelse cluster / th/ in het woord /think/.
Morfologie Het IJslands heeft een drievoudig grammaticaal geslachtsysteem; mannelijk, vrouwelijk en neutraal. Het grammaticale geslacht van een zelfstandig naamwoord is enkel indirect gerelateerd aan het geslacht. Dit is vergelijkbaar met het Duits. Concepten kunnen refereren naar een mannelijk, vrouwelijk of neutraal zelfstandig naamwoord (Thráinsson, 2007: 2). Dit is in het Nederlands niet het geval. In het Nederlands refereren de lidwoorden; ‘de’, ‘het’ en ‘een’ niet naar een bepaald geslacht. Het Nederlandse lidwoord is willekeurig. In tegenstelling tot het Nederlands heeft het IJslands geen onbepaald lidwoord en het bepaald lidwoord is samengevoegd middels een suffix in het naamwoord en heeft zijn eigen inflectie dat afhankelijk is van: geslacht, getal en naamval. In tabel 6 is het voorbeeld van Thráinsson met de woorden hestur (paard), borð (tafel) en mynd (foto) vertaald (Thráinsson, 2007: 2).
Tabel 6. Lidwoorden samengevoegd met het naamwoord, maar met eigen inflectie (geslacht, getal en naamval). Het vetgedrukte suffix is het lidwoord in het zelfstandig naamwoord.
Mannelijk
Vrouwelijk
Neutraal
Nominatief+enkelvoud
hest-ur-inn
mynd-in
borð-ið
Accusatief+meervoud
hest-a-na
mynd-ir-nar
borð-in
De naamvallen zijn veel onderzocht en besproken in het IJslands. De taal kent vier naamvallen: nominatief, genitief, datief en accusatief. Er zijn twee waarden om het getal aan te geven: enkelvoud en meervoud (Thráinsson, 2007: 2).In het Nederlands worden de genitief-, datief- en accusatiefvormen van naamvallen niet meer gebruikt in de dagelijkse communicatie. De vervoeging van het bijvoeglijk naamwoord is afhankelijk van het geslacht, de naamval en het getal (enkelvoud of meervoud) van het zelfstandig naamwoord in de zin. Dit wordt in het IJslands samengevoegd met het zelfstandig- en bijvoeglijk naamwoord. Hieronder zijn enkele voorbeelden te vinden van Thráinsson (Thráinsson, 2007: 2).
Ég sá gula hænu. Ik zag een gele(A.sg.v) kip (A.sg.v)
Þessar hænur eru gular Deze kippen (N.pl.v) zijn geel (N.pl.v)
Afkortingen * N = nominatief (onderwerp in de zin) * A = accusatief (lijdend voorwerp). * sg = enkelvoud / pl = meervoud * m = mannelijk / v = vrouwelijk / n = neutraal
Bij zelfstandige naamwoorden wordt er een suffix toegevoegd dat afhankelijk is van het geslacht van het zelfstandig voornaamwoord. Ralston (2013) maakt hierbij een verdeling tussen zwakke en sterke zelfstandige naamwoorden. De taal bestaat voor 7,83% uit sterke mannelijke zelfstandige naamwoorden die eindigen op het suffix <ur> en 8,31% uit zwakke zelfstandige naamwoorden eindigen op het suffix <i>. De sterke vrouwelijke vorm kent geen specifieke verbuiging. Deze vorm komt in het IJslands 17,29% voor. Zwakke vrouwelijke zelfstandige naamwoorden krijgen altijd het suffix <a> aan het einde van het zelfstandige naamwoord. 11,27% van alle zelfstandige naamwoorden worden op deze wijze verbogen.Tot slot bestaat er nog de neutrale vorm die in 31,81% gebruikt wordt in het IJslands. Deze vorm kent ook geen specifieke uitgangsvorm. Voor tweedetaalverwervers is het daarom lastig om de verbuiging van het sterke vrouwelijke geslacht en het neutrale geslacht bij zelfstandige naamwoorden te kunnen onderscheiden (Ralston, 2013: 20-22).
De voornaamwoorden veranderen door naamval, het geslacht en getal. Enkelvoud kent slechts één vorm. Namelijk de derde persoon enkelvoud. Er bestaat geen uitgangsvorm voor de eerste en tweede persoon enkelvoud. Dit geldt ook voor de andere Scandinavische talen (Thráinsson, 2007: 4). In onderstaande tabel zijn de persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden in het IJslands weergegeven.
Tabel 7. Vormen van de derde persoon enkelvoud van zelfstandige- en bezittelijke voornaamwoorden ingedeeld in geslacht en naamvallen (gebaseerd op (Thráinsson, 2007: 5).
Mannelijk
Vrouwelijk
Neutraal
Persoonlijk voornaamwoord
hann (ann = hij) nominatief+accustief
hún (ún = zij) nominatief
Það (að = het) nominatief +accusatief
Bezittelijk voornaamwoord
honum (onum = zijn)
datief
hana (ana = haar) accusatief
henni (enni = haar) datief
Því (ðví = het) datief
Werkwoorden worden in het IJslands vervoegd aan de hand van het onderwerp. De kenmerken persoon en getal bepalen hoe werkwoorden worden vervoegd. De taal kent de morfologische tijdsbepalingen: heden en verleden tijd. Zwakke werkwoorden krijgen het suffix <-ð-, -d- of -t> aan het einde van het werkwoord. Dit lijkt op het eerste gezicht sterk op het Nederlands, maar in het IJslands wordt enkel de letter <ð-, -d- of -t> toegevoegd. Bij sterke werkwoorden vindt er een klinkerverandering plaats zoals in het Nederlands ook het geval is (Thráinsson, 2007: 8). De vervoeging hangt naast de kenmerken persoon en getal ook af van het geslacht en de naamval. Meestal eindigt de verleden tijdsvorm in het suffix in <ur> of <inn> (Thráinsson, 2007: 9). In tabel 8 is een voorbeeld weergegeven van een sterk en zwak werkwoord dat zowel in tegenwoordige als in verleden tijd is vervoegd.
Tabel 8. Werkwoordvervoeging in het IJslands met het zwakke werkwoord: ‘horfa’ (kijken) en het sterke werkwoord: ‘bíta’ (bijten). Tussen de haken (…) staat de Nederlandse vertaling van woorden (gebaseerd op (Thráinsson, 2007: 8).
Heden
Verleden tijd
Enkelvoud
Enkelvoud
1e persoon
ég (ik)
horf-i
bít
ég (ik)
horf-ð-i
beit
2e persoon
Þú (jij)
horf-ir
bít-ur
Þú (jij)
horf-ð-ir
beit-st
3e persoon
hann (hij)
horf-ir
bít-ur
hann (hij)
horf-ð-i
beit
Meervoud
Meervoud
1e persoon
við (wij)
horf-um
bít-um
við (wij)
horf-ð-um
bit-um
2e persoon
Þið (jullie)
horf-ið
bít-ið
Þið (jullie)
horf-ð-uð
bit-uð
3e persoon
Þeir (zij)
horf-a
bít-a
Þeir (zij)
horf-ð-u
bit-u
De niet-vervoegde werkwoorden bestaan in het IJslands uit het inifinitief. Dit wordt aangegeven door aan het einde van een werkwoord de letter <a> toe te voegen. Bijvoorbeeld: ‘horfa’ en ‘bíta’. Dit kan erg verwarrend zijn voor tweedetaalverwervers, omdat de zwakke vrouwelijke vorm ook het suffix <a> krijgt. Indien het werkwoord in gebiedende wijs wordt weergeven, verdwijnt het suffix <a>. Voorbeeld gebiedende wijs: ‘horf’ en ‘bít’ (Thráinsson, 2007: 9).
Het hulpwerkwoord ‘hebben’ is in het IJslands ‘hafa’. In tegenstelling tot het Nederlands neemt het hulpwerkwoord in het IJslands de niet vervoegde vorm van het hoofdwerkwoord aan bij het voltooid deelwoord. Voorbeeld: ‘Hundurrinn hefur bitið manninn’ = ‘De hond heeft de man gebeten’. De meest voorkomende hulpwerkwoorden zijn: hafa (hebben), vera (zijn), munu (willen). Het hulpwerkwoord ‘munu’ geeft meestal toekomstige tijd aan in een zin. Daarnaast kent men in een soortgelijke progressieve vorm zoals het Engelse suffix <ing>. Dit wordt in de zin aangegeven middels de ‘vera að borða’ vorm. Hierbij wordt het werkwoord ‘zijn’ + het suffix <–ing> gebruikt. Deze vorm geeft aan dat iets op dat moment gebeurt. Het gebruik van deze vorm kan niet worden gebruikt bij statische werkwoorden (Thráinsson, 2007: 10-16).
Syntaxis De woordvolgorde in het IJslands is behoorlijk vrij. Zeker bij hoofdzinnen is dit het geval. Ondanks de vrije woordvolgorde is er een bepaalde structuur te zien in de woordvolgorde. Zinnen met hulpwerkwoorden zijn meestal duidelijker gestructureerd dan zinnen zonder hulpwerkwoorden. Het hulpwerkwoord komt voor een bijwoord en voor het hoofdwerkwoord (Thráinsson, 2007: 28). De meest gebruikte zinsopbouw in het IJslands is met een subject, verba, object (SVO) structuur (Maling, 1980 :71; Rögnavaldsson,1982: 349; Thráinsson, 2007: 21-25 ). Dit komt overeen met de Nederlandse SVO-structuur. Het IJslands kent een tweede werkwoordvolgorde (V2). Dit houdt in dat het vervoegde werkwoord op de tweede positie in de zin komt te staan. (Thráinsson, 2007: 28-31). In het Nederlands kent men bij hoofdzinnen ook een V2 woordvolgorde, maar in bijzinnen verplaatsen meestal alle werkwoorden naar het einde van de zin (Zwart, 2011). Wat opvallend is in het IJslands, is dat een bijwoordelijke bepaling in een bijzin als topic wordt gezien (zie voorbeeld 3). Tevens kan het object naar voren wordt verplaatst in de bijzin (zie voorbeeld 4). Dit kan in andere Germaanse talen niet. In het Nederlands zou het onderwerp als topic dienen in de bijzin en niet de bijwoordelijke bepaling of het object. Zie onderstaande voorbeeldzinnen uit Thráinsson (2007) en Zwart (2011) om het verschil inzichtelijk te maken.
1. Voorbeeld hoofdzin IJslands Margir höfðu aldrei lokið verkefninu Mario had nooit afgemaakt de opdracht
2. Voorbeeld bijzin IJslands … hvort Jón hefið aldrei lesið bókina … of John heeft nooit gelezen het boek (…of John heeft het boek nooit gelezen)
3. Voorbeeld waarbij de bijwoordelijke bepaling topic is in de bijzin Jón efast um að á morgen fari María snemma á fætur John twijfelt dat morgen staat Maria vroeg op (John twijfelt dat Maria morgen vroeg op staat)
4. Voorbeeld waarbij het object topic is in de bijzin Jón harmar að þessa bók skul ek hafa lessið John spijt dat dit boek zal ik heeft gelezen (John heeft spijt dat ik dit boek heb gelezen).
5. Voorbeeld hoofdzin Nederlands Tasman heeft Nieuw-Zeeland ontdekt.
6. Voorbeeld bijzin Nederlands …dat Tasman Nieuw-Zeeland ontdekt heeft.
De onbepaalde bijwoorden aldrei (nooit) en ekki (niet) hebben een vaste plaats in de zin. Namelijk na het vervoegde werkwoord. Echter heeft het bijwoord dat een graad aangeeft zoals oft (vaak, frequent) soms een mediale en soms een finale positie in de zin. Deze verplaatsing heeft een semantische functie. Het bijvoeglijke naamwoord ‘oft’ kan betekenis geven aan de hele zin indien het bijvoeglijke naamwoord op mediale positie staat. Indien het bijvoeglijk naamwoord op finale positie staat, geldt de betekenis van het bijvoeglijke naamwoord enkel voor het actieve werkwoord (Thráinsson, 2007: 37-39) In het Nederlands kunnen bijvoeglijke naamwoorden meerdere posities aannemen, omdat het bijwoord meer informatie kan geven over een werkwoord, zelfstandig naamwoord, een ander bijwoord of ook over de hele zin. In tegenstelling tot veel andere woorden in de zin, heeft het lidwoord wel een vaste plaats in de zin. Het lidwoord is namelijk samengevoegd middels een suffix in het naamwoord en heeft zijn eigen inflectie (geslacht, getal en naamval). In tabel 6 (zie hoofdstuk morfologie) is het voorbeeld van Thráinsson met de woorden hestur (paard), borð (tafel) enmynd(foto) vertaald (Thráinsson, 2007: 2).
Pragmatiek Er zijn helaas geen specifieke artikelen omtrent pragmatische vaardigheden in het IJslands gevonden.
Woordenschat In tegenstelling tot het Nederlands en andere Scandinavische talen, is de woordenschat in het IJslands weinig veranderd. Men tracht er zo veel mogelijk leenwoorden naar de eigen taal te vertalen. De laatste jaren is er langzaam een toename in het gebruik van leenwoorden zichtbaar (Jacobsen, 2001: 41; Thordardottir & Juliusdottir, 2012: 415). In het Nederlands nemen we vaker het leenwoord letterlijk uit de andere taal over. In onze taal is het gebruikelijk om veel leenwoorden uit het Frans, Duits en tegenwoordig meestal het Engels te integreren in de Nederlandse taal. Voor een tweetalig kind met IJslands als moedertaal kan het hierdoor soms lastig zijn om bepaalde Nederlandse leenwoorden te vertalen naar het IJslands en vice versa.
3. Verwervingsfases spraak en taal IJslands
Kinderen gaan verplicht naar een peuterspeelzaal vanaf tweejarige leeftijd tot zesjarige leeftijd. Hier worden ze voorbereid om makkelijk door te kunnen stromen naar de basisschool. Volgens de wet in IJsland zijn kinderen vanaf zesjarige leeftijd verplicht om naar school te gaan totdat ze zestien jaar zijn. (Ministry of Education, Science and Culture, 2002: 6-15). In deze tien jaar dat kinderen op de basisschool en middelbare school zitten, bestaat 19% van de lestijd uit het ontwikkelen van het IJslands zoals lezen en schrijven (Ministry of Education, Science and Culture, 2002: 20). Rond tweejarige leeftijd ontwikkelen kinderen het gebruik van verwijswoorden. In het IJslands worden verwijswoorden aan het einde van de zin geplaatst. Rond vijfjarige leeftijd gebruiken de meeste kinderen verwijswoorden en persoonlijke voornaamwoorden correct in de zin. Kinderen passen deze grammaticale regel vrij snel correct toe zoals volwassenen dit zouden doen (Hyams & Sigurjónsdóttir, 1990: 59-77; Thordardottir & Evans, 2002: 5). Kinderen uit IJsland hebben echter een grotere woordenschat nodig om tot een goed grammaticaal systeem te kunnen komen in vergelijking met Engelstalige kinderen. Dit komt waarschijnlijk door het complexe inflectionele systeem dat het IJslands kent (Thordardottir & Evans, 2002: 3).
Uit onderzoek van Thordardottir en Evans (2002: 20-27) blijkt er een relatie te zijn tussen de grootte van het lexicon en de vaardigheid in het vervoegen van zwakke werkwoorden en de inflecties van de naamwoorden. Kinderen met een klein lexicon gebruiken geen inflecties in hun taalgebruik (Thordardottir & Evans, 2002: 20-27). Net als bij Nederlandse kinderen is er bij IJslandse kinderen een fase van over regularisatie van zwakke werkwoorden. Uit meerdere onderzoeken (Ragnarsdóttir, Somonsen & Plunkett, 1999: 609-612; Thordardottir & Evans, 2002: 20-27) blijkt dat er een duidelijke correlatie is tussen het correct gebruiken van sterke werkwoorden en een grote woordenschat. Kinderen in IJsland laten rond vierjarige leeftijd een vertraging in hun ontwikkeling zien als het gaat om het vervoegen van sterke werkwoorden. Rond zesjarige leeftijd is deze achterstand bij een normale ontwikkeling weer ingehaald (Ragnarsdóttir, Somonsen & Plunkett, 1999: 609-612; Thordardottir & Evans, 2002: 20-27). Vergeleken met het Nederlands starten kinderen in IJsland eerder met hun morfologische ontwikkeling vanwege de complexe inflecties. Zoals eerder genoemd zijn inflecties in het IJslands veelal afhankelijk van geslacht, tijd en getal. In het begin van deze ontwikkeling (rondom 1;6 en 2;0 jaar) kopiëren ze inflecties vanuit hun omgeving en maken ze haast geen fouten (Thordardottir & Evans, 2002: 20-27. Later in hun morfologische ontwikkeling is te zien dat ze meer fouten gaan maken in de vorm van overregularisatie. Daarnaast blijkt dat kinderen hoogfrequente werkwoorden eerder correct vervoegen dan laagfrequente werkwoorden. Dit geldt ook voor de inflecties die vaker voorkomen in het IJslands (Ragnarsdóttir, Somonsen & Plunkett, 1999: 609-612; Thordardottir & Evans, 2002: 20-27).
Tweede taalverwerving in het IJslands Sinds 2012 komen er steeds meer immigranten naar IJsland. Kinderen die emigreren naar IJsland en IJslands als tweede taal leren, zullen veel problemen ervaren met het complexe inflectiesysteem in IJsland (Thordardottir & Juliusdottir, 2012: 411-412). Uit het onderzoek van Thordardottir en Juliusdottir, (2012: 416-432) blijkt dat kinderen die IJsland als tweede taal leren in het begin een achterstand vertonen en deze bij de meeste kinderen aan blijft houden na 2 tot 3 jaar onderwijs in het IJslands. Bij de meeste kinderen was er wel vooruitgang te zien in morfologie, syntactische kennis, articulatie en de woordenschat, maar werd de achterstand met moedertaalsprekers niet ingehaald. De kinderen die op jonge leeftijd (2,6 jaar) naar IJsland emigreren scoren hoger dan kinderen die op latere leeftijd (4;3 of 8;7 jaar) naar IJsland zijn geëmigreerd (Thordardottir & Juliusdottir, 2012: 416-432) Volgens Thordardottir en Juliusdottir, (2012: 416-432) komt dit mogelijk omdat kinderen op oudere leeftijd direct aan complexere grammatica, morfologie en complexere nieuwe woorden zijn blootgesteld. Volgens de onderzoekers speelt motivatie ook een grote rol bij het leren van een tweede taal. IJslands is een kleine taal vergeleken met Engels, Chinees en Spaans. Tweedetaalverwervers zijn meestal niet of nauwelijks bloot gesteld aan de IJslandse taal en zien soms het nut niet in om IJslands te leren (Thordardottir & Juliusdottir, 2012: 416-432). Deze motivatie kan andersom ook gelden voor de Nederlandse taal als een IJslands kind emigreert naar Nederland. Het Nederlands is ook een kleine taal vergeleken met andere grote wereldtalen. De onderzoekers Thordardottir en Juliusdottir (2012) hebben de tweetalige kinderen vergeleken met kinderen die een specifieke taalstoornis (STOS) hebben en hieruit bleek dat kinderen die tweetalig zijn andere fouten maken dan kinderen met STOS en ook hoger scoren dan kinderen met STOS in IJsland. Daarnaast bleek ook dat ze lager scoren dan normaal ontwikkelende moedertaalsprekers na een aantal jaar onderwijs.
4. Specifieke taalstoornissen in het IJslands
Het is nog onduidelijk hoe veel kinderen in IJsland een specifieke taalstoornis (STOS) hebben (Ralston, 2013: 13). Kinderen met STOS hebben meestal moeite met het suffix dat afhankelijk is van het geslacht van het naamwoord (Ralston, 2013: 13-19). Dit blijkt ook uit een crosslinguaal onderzoek van Thordardottir (2008) waarbij Engels- en IJslandssprekende kinderen met STOS met elkaar vergeleken zijn. In het IJslands maakten de kinderen de meeste fouten in de inflectie van werkwoorden en naamwoorden (Thordardottir, 2008: 922-937). Uit beide studies (Thordardottir, 2008; Ralston, 2013) komt naar voren dat de onderzoekers het moeilijk en incorrect kunnen herhalen van nonsenswoorden als kenmerk zien voor kinderen met STOS (Thordardottir, 2008: 922-937; Ralston, 2013: 13-19). Thordardottir (2008) heeft spontane taal van kinderen met STOS geanalyseerd en vergeleken met kinderen die een normale taalontwikkeling hebben. Kinderen met STOS hadden een kortere MLU dan de controlegroep in zowel normale conversatie als in het vertellen van een verhaal (Thordardottir, 2008: 922-937).
IJslandse kinderen met STOS hebben moeite met het correct toepassen van de verbuigingen bij zwakke en sterke voornaamwoorden. Als eerste dient de basis stap voor stap te worden geleerd door alleen de verbuigingen bij zwakke naamwoorden te leren voor het enkelvoud en meervoud. Indien deze patronen zijn geautomatiseerd kunnen kinderen de verbuigingen bij sterke naamwoorden leren (Ralston, 2013: 20-22). Mogelijk helpt de stapsgewijze methode die voor tweedetaalverwervers wordt gebruikt ook voor kinderen met STOS (Ralston, 2013: 43-46). Echter is er groter onderzoek noodzakelijk om gegevens uit het onderzoek van Ralston te mogen generaliseren. Om meer inzicht te krijgen in de prevalentie van STOS in IJsland, specifieke kenmerken van kinderen met STOS in het IJslands en een passende behandeling van de problemen die kinderen ervaren, zal meer onderzoek noodzakelijk zijn.
5. Samenvatting
Fonologie De meeste vocalen en diftongen zijn ongeveer vergelijkbaar met de Nederlandse vocalen en diftongen. In het IJslands kent men de ‘stomme /e/’ niet. Ook de [a], [o] klinken in het Nederlands anders dan in het IJslands. In het IJslands kent men de diftong [œy] niet. Deze klank zal het meeste problemen geven bij meertalige IJslandse kinderen die emigreren naar Nederland. Indien er een vergelijking tussen IJslandse en Nederlandse consonanten wordt gemaakt zijn er meerdere verschillen in beide klanksystemen. In het IJslands kent men de volgende klanken niet [b,d,g, ʃ, ʒ, ʋ, z] die in het Nederlands wel worden gebruikt. Dit heeft in sommige gevallen een logische verklaring, omdat de klanken [ʃ, ʒ] in Nederland ook in leenwoorden worden gebruikt zoals in het woord <douche> en <horloge>. In het IJslands is het gebruikelijk om leenwoorden zo goed mogelijk te vertalen naar de eigen taal. Een tweetalig kind zal met name moeite hebben om de klanken [b,d,g, ʃ, ʒ, ʋ, z] te verwerven, omdat deze in het IJslands niet voorkomen. De plosieven hebben een andere klank-teken koppeling in het IJslands vergeleken met het Nederlands. De letter <b> wordt uitgesproken als een [p] en de letter <d> wordt in het IJslands als een [t] uitgesproken. Indien een Nederlands kind naar IJsland emigreert, zal het kind daar met name moeite hebben met het uitspreken van geaspireerde consonanten en met stemloze consonanten die in het Nederlands ongeaspireerd en stemhebbend worden uitgesproken.
Morfologie Voor een kind dat emigreert naar IJsland zullen de meeste problemen ontstaan in de morfologie, omdat het IJslands een zeer uitgebreid en complex systeem bevat voor naamwoorden en werkwoorden met vier naamvallen. Een kind dat emigreert naar Nederland zal waarschijnlijk ook moeite hebben met bepaalde aspecten, omdat lidwoorden en het geslacht worden samengevoegd met een suffix in het IJslands.
Syntaxis De woordvolgorde in het IJslands is behoorlijk vrij. Zeker bij hoofdzinnen is dit het geval. Dit zal veel problemen geven bij tweetalige kinderen in het IJslands. In het Nederlands heeft de zinsbouw een meer gebonden en vaste structuur dan in het IJslands. Voor Nederlandse kinderen die naar IJsland emigreren zal het lastig zijn om logica te zien in de IJslandse zinsbouw.
Pragmatiek Er zijn helaas geen specifieke artikelen omtrent pragmatische vaardigheden in het IJslands gevonden.
Lexicon In tegenstelling tot het Nederlands en andere Scandinavische talen, is de woordenschat in het IJslands weinig veranderd. Men tracht er zo veel mogelijk leenwoorden naar de eigen taal te vertalen. De laatste jaren is er langzaam een toename in het gebruik van leenwoorden in het IJslands (Jacobsen, 2001: 41; Thordardottir & Juliusdottir, 2012: 415). In het Nederlands nemen we vaker het leenwoord letterlijk uit de andere taal over. Voor een bilinguaal kind uit IJsland kan het hierdoor soms lastig zijn om bepaalde Nederlandse leenwoorden te vertalen naar het IJslands en vice versa.
Verwervingsfases spraak en taal IJslands Kinderen in IJsland starten vroeger met hun morfologische ontwikkeling, omdat morfologie een belangrijke speelt in de IJslandse taal. Vanwege de complexiteit duurt de verwerving van morfologische vaardigheden 1 tot 2 jaar langer in vergelijking met Nederlandse kinderen. Zowel in Nederland als in IJsland is er een periode van overregularisatie. Kinderen in IJsland laten rond 4 jaar een vertraging zien in hun ontwikkeling als het gaat om het vervoegen van sterke werkwoorden. Rond zesjarige leeftijd is deze achterstand bij een normale ontwikkeling weer ingehaald.
Tweede taalverwerving in het IJslands Kinderen die emigreren naar IJsland en IJslands als tweede taal leren, zullen veel problemen ervaren met het complexe inflectiesysteem in IJsland. (Thordardottir & Juliusdottir, 2012: 411-412). Uit het onderzoek van Thordardottir en Juliusdottir (2012: 416-432) blijkt dat kinderen die IJsland als tweede taal leren in het begin een achterstand vertonen en deze bij de meeste kinderen aan bleef houden na 2 tot 3 jaar onderwijs in het IJslands. Kinderen die op jongere leeftijd emigreren naar IJsland vertonen een minder grote achterstand dan kinderen die op latere leeftijd naar IJsland emigreren.
Specifieke taalstoornis IJslands Het is nog onduidelijk hoe veel kinderen in IJsland een specifieke taalstoornis (STOS) hebben. Kinderen met STOS hebben meestal moeite met het suffix dat afhankelijk is van het geslacht van het naamwoord en wordt samengevoegd met het naamwoord. Tevens blijkt dat het herhalen van nonsenswoorden lastig is voor kinderen met STOS en als kenmerk voor STOS wordt gezien in IJsland. Kinderen met STOS hebben een kortere MLU dan kinderen met een normale taalontwikkeling. Om meer inzicht te krijgen in de prevalentie van STOS in IJsland, specifieke kenmerken van kinderen met STOS in het IJslands en een passende behandeling van de problemen die kinderen ervaren, zal meer onderzoek noodzakelijk zijn.
Literatuurverwijzingen
Boeken en wetenschappelijke tijdschriften
Árnason, K. (2011). The phonology of Icelandic and Faroese. Oxford: Oxford University Press. Hyams, N., & Sigurjónsdóttir, S. (1990). The development of “long-distance anaphora”. A cross-linguististic compararison with special reference to Icelandic. Language Acquisition, 1, 57-93. Jacobsen, J., í Lon. (2001). Føroyskt – Faroese. Sprogforum, 19, 39-45. Karlsson, S. (2004). The Icelandic language. Londen: Viking society for Northern Research. Maling, J. (1980). Inversion in embedded clauses in Modern Icelandic. Syntaxis and Semantics, 24, 71-91. Ministry of Education, Science and Culture. (2002). The educational system in Iceland. Reykjavik: Ministery of Education, Science and Culture. Ragnarsdóttir,H., Somonsen, H.G. & Plunkett, K. (1999). The acquisition of past tense morphology in Icelandicand Norwegian children: an experimental study. Journal of Child Language,26, 609-612. Rögnavaldsson, E. (1982). We need (some kind of) a rule of conjunction reduction. Syntaxis and Semantics, 24, 349-353. Thordardottir, E.T. (2008). Language-specific effects of task demands on the manifestation of specific language impairment: a comparison of English and Icelandic. Journal of Speech, Language, and Hearing Research, 51, 922-937. Thordardottir, E.T. & Evans, J.L. (2002). Continuity in lexical and morphological development in Icelandic and English-speaking 2-year-olds. First Language, 22, 3-28. Thordardottir, E.T. & Juliusdottir, A.G. (2012). Icelandic as a second language: a longitudinal study of language knowledge and processing by school-age children. International Journal of Bilingual Education and Bilingualism Language, 16, 411-435. Thráinsson, H. (1994). Icelandic. In E. König & J. van der Auwera (red.), The Germanic Languages (pp. 142-190). Londen: Routledge. Thráinsson, H. (2007). The syntaxis of Icelandic. Cambridge syntaxis guides. Cambridge: Cambridge University Press. Zwart, J-W. (2011). The Syntax of Dutch. Cambridge syntaxis guide. Cambridge: Cambridge University Press.
Table of Contents
Inleiding
Op deze pagina is informatie te vinden over de IJslandse taal. Allereerst zal worden ingegaan op algemene informatie over de taal, zoals het ontstaan van het IJslands, de taalfamilie en verspreiding, het schriftsysteem, de spreektaal en dialecten. Vervolgens wordt er specifiekere informatie gegeven over de fonologie, morfologie, syntaxis, pragmatiek en de woordenschat van het IJslands. Tevens wordt de verwervingsvolgorde van enkele domeinen besproken met daaropvolgend extra informatie over tweede taalverwerving in het IJslands. Hierna worden verschillende onderzoeken naar specifieke taalstoornissen binnen het IJslands besproken. We beginnen met een samenvatting van alle informatie (punt 0). Voor de geïnteresseerde lezer zijn onderaan de pagina een aantal literatuurverwijzingen te vinden.0. Praktische informatie voor taalonderzoek
Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Het IJslands verschilt in een aantal opzichten van het Nederlands op zodanige wijze dat er problemen kunnen ontstaan op het gebied van fonologie, morfologie, syntaxis en semantiek. Als u onderstaande problemen constateert bij een jonge leerder van het Nederlands met het IJslands als moedertaal, hoeft dat dus niet per se te wijzen op een TOS.
Fonologie
Er is een aantal klinkers dat het IJslands niet kent: de schwa en de diftong [ɶy] (“ui”). Ook de Nederlandse consonanten [b], [d], [g], [ʃ], [ʒ], [ʋ] en [z] bestaan in het IJslands niet. Bovendien worden de [a] en [o] verschillend uitgesproken in de twee talen.
Morfologie
Wat betreft de werkwoordsmorfologie is een verschil tussen het Nederlands en het IJslands dat die laatste taal slechts twee werkwoordstijden kent, namelijk het heden en de verleden tijd. Bij de vorming van het voltooid deelwoord neemt het hulpwerkwoord (anders dan in het Nederlands) de niet vervoegde vorm van het hoofdwerkwoord aan.
Syntaxis
Qua zinsstructuur is het lastig dat het IJslands een wat vrijere woordvolgorde heeft dan het Nederlands. Daarbij is het in het IJslands ook nog eens gebruikelijk om het topic in de bijzin naar voren te verplaatsen. Een IJslands kind dat, vanuit Nederlands oogpunt gezien, zinsdelen op vreemde plekken in de zin plaatst, hoeft dus niet direct vanwege een taalontwikkelingsstoornis te doen.
Semantiek
Het IJslands gebruikt geen onbepaalde lidwoorden, wat tot extra moeilijkheid kan leiden bij het aanleren van de toch al lastige Nederlandse lidwoorden.
Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementenEr is helaas maar beperkt onderzoek gedaan naar taalontwikkelingsstoornissen in het IJslands. Waar bij ouders of tolken wel naar gevraagd kan worden om vanuit de moedertaal van het kind te achterhalen of er mogelijk sprake is van een TOS, is de morfologie van het IJslands. Het is bekend dat kinderen met een TOS veel problemen hebben met de morfologie van hun T1 als deze rijk is en bovendien is gebleken dat IJslandse kinderen met een TOS moeite hebben met het suffix dat afhankelijk is van het naamwoordelijke geslacht en de samenvoeging met het naamwoord zelf. Er zou dus aan de ouders gevraagd kunnen worden:
- Heeft het kind moeite met de naamvallen in het IJslands?- Heeft het kind moeite met selecteren van het juiste suffix?- Maakt het kind correcte combinaties van het naamwoord met het suffix?
1. Algemene informatie
Ontstaan taal
De IJslandse taal is ontstaan vanuit andere Scandinavische talen. IJsland werd als eerste bewoond door Kelten. De Keltische taal is vergelijkbaar met het Oudnoors. In de 13e en 14e eeuw heeft de taal zich anders ontwikkeld dan het Noors (Karlsson, 2004: 9). Het Noors ontwikkelde een andere uitspraak door handelscontacten met andere Germaanse gebieden. Zo zijn steeds meer leenwoorden en andere fonemen in het Noors geïntegreerd geraakt. Het IJslands veranderde nauwelijks en hield dezelfde fonemen aan als in het Oudnoors. De taal is sindsdien nauwelijks veranderd vanwege de afgelegen positie in Europa (Karlsson, 2004: 9; Thordardottir & Juliusdottir, 2012: 415).
Taalfamilie en verspreiding
Het IJslands is een Noord Germaanse taal die tot de Indo-Europese taalfamilie behoort (Karlsson, 2004: 8). Het IJslands is de officiële taal in IJsland met ongeveer 300.000 tot 320.000 sprekers (Karlsson, 2004: 9). IJslands wordt met name in IJsland gesproken. De taal is niet wijd verspreid, vanwege de afgelegen positie van het land (Karlsson, 2004: 9; Juliusdottir, 2012: 415). De taal is hierdoor minder veranderd dan andere Scandinavische landen. Hierdoor kunnen mensen uit Noorwegen, Zweden en Denemarken de taal nauwelijks of niet verstaan (Árnason, 2011: 3; Thordardottir & Juliusdottir, 2012: 415). Tussen 1870 en 1915 zijn er ongeveer 20.000 IJslanders naar Noord-Amerika gemigreerd. Deze mensen hebben IJslands gesproken in de Amerikaanse staten; Manitoba, Alberta, British Columbia en North-Dakota. Momenteel spreken echter slechts enkele mensen nog IJslands in Noord-Amerika. De taal is daar bijna uitgestorven (Thráinsson, 2007: 1).
Schriftsysteem
In het IJslands wordt net als in Nederlands het Latijnse alfabet gebruikt. De letters <c, q, w> behoren tot het alfabet, maar worden enkel gebruikt voor woorden en namen van leenwoorden. De letter <z> wordt alleen gebruikt wanneer het gaat om oude spelling bij historische benamingen (Thráinsson, 1994: 142). Naast de gebruikelijke 26 tekens worden in het IJslands andere tekens gebruikt zoals de: <á, é, í, ó, ú, ý, ð (eth), þ (thorn), æ en ö>. In totaal zijn er 36 tekens in het alfabet. De speciale letter thorn (þ) geeft de klank weer die overeenkomt met de Engelse letter <th> in het woord <think>. De letter eth (ð) is daar de stemhebbende variant zoals in het woord <that>. De letter eth (ð) staat in het IJslands nooit aan het begin van een woord. De letter thorn (þ) staat nooit aan het eind van een woord (Thráinsson, 1994: 144, 147). De IJslandse spelling is nauwelijks veranderd in de loop der jaren (Karlsson, 2004:10).
Spreektaal
Het fonologisch systeem is het meest veranderd, vergeleken met het Oudnoors (Thráinsson, 1994:143). Met name de vocalen zijn in de loop der jaren veranderd in uitspraak. In het Oudijslands was het mogelijk elke vocaal slechts op één manier uit te spreken, terwijl in het Moderne IJslands een vocaal zowel lang als kort kan worden uitgesproken. Vroeger was vocaallengte een distinctief kenmerk, maar dit is het in het huidige IJslands niet meer van toepassing (Thráinsson, 1994:146). De consonanten zijn minimaal veranderd sinds het IJslands is ontstaan (Karlsson, 2004:10).
Dialecten en overeenkomsten met andere talen
Het IJslands kent nauwelijks dialecten. Er zijn vroeger een aantal dialecten ontstaan vanwege politieke verschillen in het land. Deze verschillen zijn zo minimaal dat deze dialecten nog nauwelijks zijn te herkennen (Karlsson, 2004: 7; 1994: 142). Er zijn wel een aantal talen die lijken op het IJslands. Het Faeröers is er daar één van. Vroeger leken het IJslands en het Faeröers veel op elkaar in zowel fonologie, morfologie en syntaxis (Árnason, 2011: 3-4). Het huidige Faeröers als gesproken taal klinkt heel anders dan het IJslands. Mensen uit IJsland en Faeröer kunnen elkaar niet goed verstaan. Het schrift is wel vergelijkbaar met het IJslands. Norn is een andere taal die leek op het IJslands. Deze taal is uitgestorven en was vergelijkbaar met het Oudnoors (Jacobsen, 2001: 39-40).
2. Specifieke informatie IJslands
Fonologie
Vocalen
Het fonologisch systeem is het meest veranderd vergeleken met het Oudnoors (Thráinsson, 1994:143). Met name de vocalen zijn in de loop der jaren veranderd in uitspraak. In het Oudijslands kon elke vocaal slechts op één manier worden uitgesproken, terwijl in het moderne IJslands een vocaal zowel lang als kort kan worden uitgesproken. Vroeger was vocaallengte een distinctief kenmerk, maar is het in het huidige IJslands is dit niet meer van toepassing (Thráinsson, 1994:146). In onderstaande tabel. (tabel 1) zijn de distinctieve kenmerken van alle IJslandse vocalen en diftongen te vinden.
Tabel 1. Distinctieve kenmerken IJslandse vocalen en diftongen. Tussen de […] haken staan de klanken en achter de klanken staat de letter (Gebaseerd op Thráinsson, 1994: 144 en Árnason, 2011: 58).
In het IJslands zijn er acht vocalen: [äː]-[ɑ], [eɛ̯]-[ɛ], [i]-[ɪ], [oɔ̯]-[ɔ], [ʏ], [œ], [œy̯] en [u]. Deze kunnen zowel kort als lang worden uitgesproken. De regel die hierbij geldt: open syllabes hebben een lange vocaal (bijvoorbeeld: <aap>), terwijl gesloten syllabes een korte vocaal hebben (bijvoorbeeld: <acht>) (Árnason, 2011:129, 142-143). De <i> of <y> en <í> of <ý> worden hetzelfde uitgesproken (Árnason, 2011: 57-60, 132). In tabel 2 zijn alle vocalen in zowel korte als lange uitspraakvariant met een koppeling naar de Nederlandse taal weergegeven. In tabel 3 is de uitspraak van de diftongen te vinden. Sommige klanken lijken qua schrift op het Nederlands, maar worden meestal anders uitgesproken in het IJslands (zie tabel 2 en 3 voor de uitspraak).
Tabel 2. Lange en korte vocalen in het IJslands en de meest vergelijkbare klank in het Nederlands (gebaseerd op Thráinsson, 1994; Árnason, 2011).
(spelling
IJslands)
kort
Tabel 3. Diftongen in het IJslands en de meest vergelijkbare klank in het Nederlands (gebaseerd op Thráinsson, 1994; Árnason, 2011).
(spelling
IJslands)
De meeste vocalen en diftongen zijn ongeveer vergelijkbaar met de Nederlandse vocalen en diftongen. In het IJslands kent men de ‘stomme /e/’ niet. Ook de [a], [o] klinken in het Nederlands anders dan in het IJslands. In het IJslands kent men de diftong [œy] (ui) niet. Deze klank zal het meeste problemen geven bij kinderen die het Nederlands als tweede taal leren en thuis IJslands spreken
Consonanten
De letters <c, q, w>behoren tot het alfabet, maar worden enkel gebruikt voor woorden en namen van leenwoorden. De letter <z> wordt gebruikt wanneer de oude spelling van het IJslands wordt gebruikt. Deze consonant wordt als een [s] uitgesproken (Thráinsson, 1994: 142).
Plosieven
Alle plosieven worden stemloos uitgesproken. De consonanten worden het meest gedifferentieerd door de consonant met of zonder aspiratie uit te spreken. De normale stemloze plosieven zijn de consonanten [p, t, c, k] (Árnason, 2011: 98). De plosief [c] kennen we in het Nederlandse klanksysteem niet. Deze klank lijkt het meeste op de Nederlandse klank [k], maar wordt palataal uitgesproken in plaats van velaar (zie tabel 4). Tevens kent het IJslands de geaspireerde plosieven [ph, th, ch, kh ] die in het Nederlandse klanksysteem niet geaspireerd worden uitgesproken. Er is geen eenduidig fonologische of morfologische verklaring voor de aspiratie van plosieven (Árnason, 2011: 104-105). De plosieven hebben een andere klank-teken koppeling in het IJslands vergeleken met het Nederlands. De letter <b> wordt uitgesproken als een [p] en de letter <d> wordt in het IJslands als een [t] uitgesproken. Indien de letter <b> tussen de letter <m> en <d,t,s,g> staat, wordt de letter <b> uitgesproken als de klinker [ø]. Indien de letter <d> tussen de letter <l> of <n> en <g,n,l,k,s> staat wordt de letter <d> uitgesproken als de klinker [ø]. Deze klinker wordt in het Nederlands niet gebruikt, maar is het beste te vergelijken met de lang uitgerekte klinker [ʏ] zoals in het woord <put>.Tot slot wordt de letter <g> als een [k] uitgesproken in het IJslands (zie tabel 5). Deze klank-tekenkoppeling zal waarschijnlijk voor verwarring zorgen bij een meertalig kind. In het IJslands wordt de glottale stopklank [ʔ] als aparte klank gezien (Árnason, 2011: 100). Deze klank wordt ook wel glottisslag genoemd. In Nederlandse spraak komt deze klank voor in het woord <beamen> en wordt dit uitgesproken als [bəʔˈaːmə(n)].
Fricatieven
Er zijn een aantal stemhebbende- en stemloze fricatieven in het IJslands (zie tabel 4). De meeste fricatieven zijn bekend in het Nederlandse klanksysteem. De letter thorn wordt uitgesproken als de klank [θ] zoals in het Engelse woord <think>. De letter thorn (þ) staat nooit aan het eind van een woord. De letter thorn wordt gebruikt voor een stemloze consonant in bijvoorbeeld het woord <maðkur>.De letter eth (ð) is de stemhebbende variant van de letter thorn zoals in het woord <that>. De letter eth (ð) staat in het IJslands nooit aan het begin van een woord. De letter eth wordt gebruikt indien deze tussen vocalen staat of aan het einde van een woord. Indien de letter <ð> tussen de letters <r> en <n> staan en tussen de letters <g> en <s> zoals in het woord < harðna> wordt het uitgesproken als de klinker [ø]. Zie het voorbeeld dat eerder besproken is bij de plosieven (Thráinsson, 1994: 144, 147). De letter <hj> en bijbehorende klank [ç] kent het Nederlandse klanksysteem niet. Voor een vergelijking met een Nederlandse klank zie tabel 5. Naast een aantal onbekende letters en klanken in het IJslands wordt de klank [x] in het IJslands voor zowel de letter <g> als <k> gebruikt. In het Nederlands wordt de klank [x] enkel bij de letter <g> uitgesproken.
Nasalen
In de meeste gevallen worden de nasalen [m] en [n] gebruikt die hetzelfde worden uitgesproken als in het Nederlands. In combinatie met de letter <g> of <k> na de letter <n> verandert de klank in [ŋ]. Dit is hetzelfde als is het Nederlands bij de woorden <bang> of <bank>. In het Nederlands kennen we de klank [ɲ] in het woord <oranje>. In het IJslands worden een aantal nasale klanken gebruikt die in het Nederlandse klanksysteem niet gebruikelijk zijn. Dit zijn de stemloze nasalen. Hier zijn in sommige gevallen regels aan verbonden. Indien er voor en na de letter <m> een stemloze consonant wordt uitgesproken verandert de klank in [m̥]. De letter <m> kan in het IJslands op 2 verschillende wijzen worden uitgesproken. De letter <n> kan op zes verschillende wijzen worden uitgesproken. Indien er voor en na de letter <n> een stemloze consonant wordt uitgesproken verandert de klank in [n̥]. Voor de klanken [ŋ̊] en [ɲ̊] gelden geen specifieke regels. Zie tabel 4 en 5 voor de uitspraak van deze klanken en enkele voorbeelden vanuit de Nederlandse taal.
Lateralen
Wat betreft de lateralen heeft de letter <l> in het IJslands twee uitspraken wat zeer differentiërend is voor deze taal (Árnason, 2011: 109-113). Er bestaat de stemhebbende klank [l] die men internationaal en in het Nederlands gebruikt. In IJsland uit men de letter <l> echter stemloos aan het einde van een woord of als er een stemloze consonant volgt na de letter <l> zoals in het IJslandse woord <stúlka> (Árnason, 2011: 109-113).
Trilklanken
Hetzelfde geldt voor de trilklanken in het IJslands. De meest gebruikte klank [r] in het IJslands is hetzelfde als de oorspronkelijke uitspraak van de letter <r> in het Nederlands; namelijk de alveolaire trilklank [r]. Deze wordt in het IJslands initiaal en tussen twee vocalen gebruikt. Daarnaast bestaat er in het IJslands ook de stemloze uitspraak van de letter <r>. Voor en na een stemloze consonant en na een spreekpauze uit men de stemloze <r>.
In tabel 4 en 5 is een volledig overzicht te vinden van alle consonanten in het IJslands. In tabel 4 is een onderscheid is gemaakt tussen articulatiewijze en de plaats van articulatie. In tabel 5 is een koppeling van de IJslandse consonant naar een vergelijkbare Nederlandse klank te vinden.
Indien er een vergelijking tussen IJslandse en Nederlandse consonanten wordt gemaakt zijn er meerdere verschillen in beide klanksystemen. In het IJslands kent men de volgende klanken niet [b,d,g, ʃ, ʒ, ʋ, z] die in het Nederlands wel worden gebruikt. Dit heeft in sommige gevallen een logische verklaring, omdat de klanken [ʃ, ʒ] in Nederland ook in leenwoorden worden gebruikt zoals in het woord <douche> en <horloge>. In het IJslands is het gebruikelijk om leenwoorden zo goed mogelijk te vertalen naar de eigen taal. Een tweetalig kind zal met name moeite hebben om de klanken [b,d,g, ʃ, ʒ, ʋ, z] te verwerven, omdat deze in het IJslands niet voorkomen. Indien een Nederlands kind naar IJsland emigreert, zal het kind daar met name moeite hebben met het uitspreken van geaspireerde en stemloze consonanten, die in het Nederlands ongeaspireerd en stemhebbend worden uitgesproken.
Tabel 4. Distinctieve kenmerken consonanten. Tussen de […] haken staan de klanken en achter de klanken staan de letters (gebaseerd op Thráinsson, 1994: 147; Árnason, 2011: 98).
aproximant
Tabel 5. Consonanten in het IJslands en de meest vergelijkbare klank in het Nederlands (gebaseerd op Thráinsson, 1994; Árnason, 2011).
(spelling
IJslands)
Morfologie
Het IJslands heeft een drievoudig grammaticaal geslachtsysteem; mannelijk, vrouwelijk en neutraal. Het grammaticale geslacht van een zelfstandig naamwoord is enkel indirect gerelateerd aan het geslacht. Dit is vergelijkbaar met het Duits. Concepten kunnen refereren naar een mannelijk, vrouwelijk of neutraal zelfstandig naamwoord (Thráinsson, 2007: 2). Dit is in het Nederlands niet het geval. In het Nederlands refereren de lidwoorden; ‘de’, ‘het’ en ‘een’ niet naar een bepaald geslacht. Het Nederlandse lidwoord is willekeurig. In tegenstelling tot het Nederlands heeft het IJslands geen onbepaald lidwoord en het bepaald lidwoord is samengevoegd middels een suffix in het naamwoord en heeft zijn eigen inflectie dat afhankelijk is van: geslacht, getal en naamval. In tabel 6 is het voorbeeld van Thráinsson met de woorden hestur (paard), borð (tafel) en mynd (foto) vertaald (Thráinsson, 2007: 2).
Tabel 6. Lidwoorden samengevoegd met het naamwoord, maar met eigen inflectie (geslacht, getal en naamval). Het vetgedrukte suffix is het lidwoord in het zelfstandig naamwoord.
De naamvallen zijn veel onderzocht en besproken in het IJslands. De taal kent vier naamvallen: nominatief, genitief, datief en accusatief. Er zijn twee waarden om het getal aan te geven: enkelvoud en meervoud (Thráinsson, 2007: 2). In het Nederlands worden de genitief-, datief- en accusatiefvormen van naamvallen niet meer gebruikt in de dagelijkse communicatie. De vervoeging van het bijvoeglijk naamwoord is afhankelijk van het geslacht, de naamval en het getal (enkelvoud of meervoud) van het zelfstandig naamwoord in de zin. Dit wordt in het IJslands samengevoegd met het zelfstandig- en bijvoeglijk naamwoord. Hieronder zijn enkele voorbeelden te vinden van Thráinsson (Thráinsson, 2007: 2).
Ég sá gula hænu.
Ik zag een gele(A.sg.v) kip (A.sg.v)
Þessar hænur eru gular
Deze kippen (N.pl.v) zijn geel (N.pl.v)
Afkortingen
* N = nominatief (onderwerp in de zin)
* A = accusatief (lijdend voorwerp).
* sg = enkelvoud / pl = meervoud
* m = mannelijk / v = vrouwelijk / n = neutraal
Bij zelfstandige naamwoorden wordt er een suffix toegevoegd dat afhankelijk is van het geslacht van het zelfstandig voornaamwoord. Ralston (2013) maakt hierbij een verdeling tussen zwakke en sterke zelfstandige naamwoorden. De taal bestaat voor 7,83% uit sterke mannelijke zelfstandige naamwoorden die eindigen op het suffix <ur> en 8,31% uit zwakke zelfstandige naamwoorden eindigen op het suffix <i>. De sterke vrouwelijke vorm kent geen specifieke verbuiging. Deze vorm komt in het IJslands 17,29% voor. Zwakke vrouwelijke zelfstandige naamwoorden krijgen altijd het suffix <a> aan het einde van het zelfstandige naamwoord. 11,27% van alle zelfstandige naamwoorden worden op deze wijze verbogen.Tot slot bestaat er nog de neutrale vorm die in 31,81% gebruikt wordt in het IJslands. Deze vorm kent ook geen specifieke uitgangsvorm. Voor tweedetaalverwervers is het daarom lastig om de verbuiging van het sterke vrouwelijke geslacht en het neutrale geslacht bij zelfstandige naamwoorden te kunnen onderscheiden (Ralston, 2013: 20-22).
De voornaamwoorden veranderen door naamval, het geslacht en getal. Enkelvoud kent slechts één vorm. Namelijk de derde persoon enkelvoud. Er bestaat geen uitgangsvorm voor de eerste en tweede persoon enkelvoud. Dit geldt ook voor de andere Scandinavische talen (Thráinsson, 2007: 4). In onderstaande tabel zijn de persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden in het IJslands weergegeven.
Tabel 7. Vormen van de derde persoon enkelvoud van zelfstandige- en bezittelijke voornaamwoorden ingedeeld in geslacht en naamvallen (gebaseerd op (Thráinsson, 2007: 5).
nominatief+accustief
nominatief
nominatief +accusatief
datief
accusatief
henni (enni = haar)
datief
datief
Werkwoorden worden in het IJslands vervoegd aan de hand van het onderwerp. De kenmerken persoon en getal bepalen hoe werkwoorden worden vervoegd. De taal kent de morfologische tijdsbepalingen: heden en verleden tijd. Zwakke werkwoorden krijgen het suffix <-ð-, -d- of -t> aan het einde van het werkwoord. Dit lijkt op het eerste gezicht sterk op het Nederlands, maar in het IJslands wordt enkel de letter <ð-, -d- of -t> toegevoegd. Bij sterke werkwoorden vindt er een klinkerverandering plaats zoals in het Nederlands ook het geval is (Thráinsson, 2007: 8). De vervoeging hangt naast de kenmerken persoon en getal ook af van het geslacht en de naamval. Meestal eindigt de verleden tijdsvorm in het suffix in <ur> of <inn> (Thráinsson, 2007: 9). In tabel 8 is een voorbeeld weergegeven van een sterk en zwak werkwoord dat zowel in tegenwoordige als in verleden tijd is vervoegd.
Tabel 8. Werkwoordvervoeging in het IJslands met het zwakke werkwoord: ‘horfa’ (kijken) en het sterke werkwoord: ‘bíta’ (bijten). Tussen de haken (…) staat de Nederlandse vertaling van woorden (gebaseerd op (Thráinsson, 2007: 8).
De niet-vervoegde werkwoorden bestaan in het IJslands uit het inifinitief. Dit wordt aangegeven door aan het einde van een werkwoord de letter <a> toe te voegen. Bijvoorbeeld: ‘horfa’ en ‘bíta’. Dit kan erg verwarrend zijn voor tweedetaalverwervers, omdat de zwakke vrouwelijke vorm ook het suffix <a> krijgt. Indien het werkwoord in gebiedende wijs wordt weergeven, verdwijnt het suffix <a>. Voorbeeld gebiedende wijs: ‘horf’ en ‘bít’ (Thráinsson, 2007: 9).
Het hulpwerkwoord ‘hebben’ is in het IJslands ‘hafa’. In tegenstelling tot het Nederlands neemt het hulpwerkwoord in het IJslands de niet vervoegde vorm van het hoofdwerkwoord aan bij het voltooid deelwoord. Voorbeeld: ‘Hundurrinn hefur bitið manninn’ = ‘De hond heeft de man gebeten’.
De meest voorkomende hulpwerkwoorden zijn: hafa (hebben), vera (zijn), munu (willen). Het hulpwerkwoord ‘munu’ geeft meestal toekomstige tijd aan in een zin. Daarnaast kent men in een soortgelijke progressieve vorm zoals het Engelse suffix <ing>. Dit wordt in de zin aangegeven middels de ‘vera að borða’ vorm. Hierbij wordt het werkwoord ‘zijn’ + het suffix <–ing> gebruikt. Deze vorm geeft aan dat iets op dat moment gebeurt. Het gebruik van deze vorm kan niet worden gebruikt bij statische werkwoorden (Thráinsson, 2007: 10-16).
Syntaxis
De woordvolgorde in het IJslands is behoorlijk vrij. Zeker bij hoofdzinnen is dit het geval. Ondanks de vrije woordvolgorde is er een bepaalde structuur te zien in de woordvolgorde. Zinnen met hulpwerkwoorden zijn meestal duidelijker gestructureerd dan zinnen zonder hulpwerkwoorden. Het hulpwerkwoord komt voor een bijwoord en voor het hoofdwerkwoord (Thráinsson, 2007: 28). De meest gebruikte zinsopbouw in het IJslands is met een subject, verba, object (SVO) structuur (Maling, 1980 :71; Rögnavaldsson,1982: 349; Thráinsson, 2007: 21-25 ). Dit komt overeen met de Nederlandse SVO-structuur.
Het IJslands kent een tweede werkwoordvolgorde (V2). Dit houdt in dat het vervoegde werkwoord op de tweede positie in de zin komt te staan. (Thráinsson, 2007: 28-31). In het Nederlands kent men bij hoofdzinnen ook een V2 woordvolgorde, maar in bijzinnen verplaatsen meestal alle werkwoorden naar het einde van de zin (Zwart, 2011). Wat opvallend is in het IJslands, is dat een bijwoordelijke bepaling in een bijzin als topic wordt gezien (zie voorbeeld 3). Tevens kan het object naar voren wordt verplaatst in de bijzin (zie voorbeeld 4). Dit kan in andere Germaanse talen niet. In het Nederlands zou het onderwerp als topic dienen in de bijzin en niet de bijwoordelijke bepaling of het object. Zie onderstaande voorbeeldzinnen uit Thráinsson (2007) en Zwart (2011) om het verschil inzichtelijk te maken.
1. Voorbeeld hoofdzin IJslands
Margir höfðu aldrei lokið verkefninu
Mario had nooit afgemaakt de opdracht
2. Voorbeeld bijzin IJslands
… hvort Jón hefið aldrei lesið bókina
… of John heeft nooit gelezen het boek
(…of John heeft het boek nooit gelezen)
3. Voorbeeld waarbij de bijwoordelijke bepaling topic is in de bijzin
Jón efast um að á morgen fari María snemma á fætur
John twijfelt dat morgen staat Maria vroeg op
(John twijfelt dat Maria morgen vroeg op staat)
4. Voorbeeld waarbij het object topic is in de bijzin
Jón harmar að þessa bók skul ek hafa lessið
John spijt dat dit boek zal ik heeft gelezen
(John heeft spijt dat ik dit boek heb gelezen).
5. Voorbeeld hoofdzin Nederlands
Tasman heeft Nieuw-Zeeland ontdekt.
6. Voorbeeld bijzin Nederlands
…dat Tasman Nieuw-Zeeland ontdekt heeft.
De onbepaalde bijwoorden aldrei (nooit) en ekki (niet) hebben een vaste plaats in de zin. Namelijk na het vervoegde werkwoord. Echter heeft het bijwoord dat een graad aangeeft zoals oft (vaak, frequent) soms een mediale en soms een finale positie in de zin. Deze verplaatsing heeft een semantische functie. Het bijvoeglijke naamwoord ‘oft’ kan betekenis geven aan de hele zin indien het bijvoeglijke naamwoord op mediale positie staat. Indien het bijvoeglijk naamwoord op finale positie staat, geldt de betekenis van het bijvoeglijke naamwoord enkel voor het actieve werkwoord (Thráinsson, 2007: 37-39) In het Nederlands kunnen bijvoeglijke naamwoorden meerdere posities aannemen, omdat het bijwoord meer informatie kan geven over een werkwoord, zelfstandig naamwoord, een ander bijwoord of ook over de hele zin.
In tegenstelling tot veel andere woorden in de zin, heeft het lidwoord wel een vaste plaats in de zin. Het lidwoord is namelijk samengevoegd middels een suffix in het naamwoord en heeft zijn eigen inflectie (geslacht, getal en naamval). In tabel 6 (zie hoofdstuk morfologie) is het voorbeeld van Thráinsson met de woorden hestur (paard), borð (tafel) en mynd (foto) vertaald (Thráinsson, 2007: 2).
Pragmatiek
Er zijn helaas geen specifieke artikelen omtrent pragmatische vaardigheden in het IJslands gevonden.
Woordenschat
In tegenstelling tot het Nederlands en andere Scandinavische talen, is de woordenschat in het IJslands weinig veranderd. Men tracht er zo veel mogelijk leenwoorden naar de eigen taal te vertalen. De laatste jaren is er langzaam een toename in het gebruik van leenwoorden zichtbaar (Jacobsen, 2001: 41; Thordardottir & Juliusdottir, 2012: 415). In het Nederlands nemen we vaker het leenwoord letterlijk uit de andere taal over. In onze taal is het gebruikelijk om veel leenwoorden uit het Frans, Duits en tegenwoordig meestal het Engels te integreren in de Nederlandse taal. Voor een tweetalig kind met IJslands als moedertaal kan het hierdoor soms lastig zijn om bepaalde Nederlandse leenwoorden te vertalen naar het IJslands en vice versa.
3. Verwervingsfases spraak en taal IJslands
Kinderen gaan verplicht naar een peuterspeelzaal vanaf tweejarige leeftijd tot zesjarige leeftijd. Hier worden ze voorbereid om makkelijk door te kunnen stromen naar de basisschool. Volgens de wet in IJsland zijn kinderen vanaf zesjarige leeftijd verplicht om naar school te gaan totdat ze zestien jaar zijn. (Ministry of Education, Science and Culture, 2002: 6-15). In deze tien jaar dat kinderen op de basisschool en middelbare school zitten, bestaat 19% van de lestijd uit het ontwikkelen van het IJslands zoals lezen en schrijven (Ministry of Education, Science and Culture, 2002: 20). Rond tweejarige leeftijd ontwikkelen kinderen het gebruik van verwijswoorden. In het IJslands worden verwijswoorden aan het einde van de zin geplaatst. Rond vijfjarige leeftijd gebruiken de meeste kinderen verwijswoorden en persoonlijke voornaamwoorden correct in de zin. Kinderen passen deze grammaticale regel vrij snel correct toe zoals volwassenen dit zouden doen (Hyams & Sigurjónsdóttir, 1990: 59-77; Thordardottir & Evans, 2002: 5). Kinderen uit IJsland hebben echter een grotere woordenschat nodig om tot een goed grammaticaal systeem te kunnen komen in vergelijking met Engelstalige kinderen. Dit komt waarschijnlijk door het complexe inflectionele systeem dat het IJslands kent (Thordardottir & Evans, 2002: 3).Uit onderzoek van Thordardottir en Evans (2002: 20-27) blijkt er een relatie te zijn tussen de grootte van het lexicon en de vaardigheid in het vervoegen van zwakke werkwoorden en de inflecties van de naamwoorden. Kinderen met een klein lexicon gebruiken geen inflecties in hun taalgebruik (Thordardottir & Evans, 2002: 20-27). Net als bij Nederlandse kinderen is er bij IJslandse kinderen een fase van over regularisatie van zwakke werkwoorden. Uit meerdere onderzoeken (Ragnarsdóttir, Somonsen & Plunkett, 1999: 609-612; Thordardottir & Evans, 2002: 20-27) blijkt dat er een duidelijke correlatie is tussen het correct gebruiken van sterke werkwoorden en een grote woordenschat. Kinderen in IJsland laten rond vierjarige leeftijd een vertraging in hun ontwikkeling zien als het gaat om het vervoegen van sterke werkwoorden. Rond zesjarige leeftijd is deze achterstand bij een normale ontwikkeling weer ingehaald (Ragnarsdóttir, Somonsen & Plunkett, 1999: 609-612; Thordardottir & Evans, 2002: 20-27). Vergeleken met het Nederlands starten kinderen in IJsland eerder met hun morfologische ontwikkeling vanwege de complexe inflecties. Zoals eerder genoemd zijn inflecties in het IJslands veelal afhankelijk van geslacht, tijd en getal. In het begin van deze ontwikkeling (rondom 1;6 en 2;0 jaar) kopiëren ze inflecties vanuit hun omgeving en maken ze haast geen fouten (Thordardottir & Evans, 2002: 20-27. Later in hun morfologische ontwikkeling is te zien dat ze meer fouten gaan maken in de vorm van overregularisatie. Daarnaast blijkt dat kinderen hoogfrequente werkwoorden eerder correct vervoegen dan laagfrequente werkwoorden. Dit geldt ook voor de inflecties die vaker voorkomen in het IJslands (Ragnarsdóttir, Somonsen & Plunkett, 1999: 609-612; Thordardottir & Evans, 2002: 20-27).
Tweede taalverwerving in het IJslands
Sinds 2012 komen er steeds meer immigranten naar IJsland. Kinderen die emigreren naar IJsland en IJslands als tweede taal leren, zullen veel problemen ervaren met het complexe inflectiesysteem in IJsland (Thordardottir & Juliusdottir, 2012: 411-412). Uit het onderzoek van Thordardottir en Juliusdottir, (2012: 416-432) blijkt dat kinderen die IJsland als tweede taal leren in het begin een achterstand vertonen en deze bij de meeste kinderen aan blijft houden na 2 tot 3 jaar onderwijs in het IJslands. Bij de meeste kinderen was er wel vooruitgang te zien in morfologie, syntactische kennis, articulatie en de woordenschat, maar werd de achterstand met moedertaalsprekers niet ingehaald. De kinderen die op jonge leeftijd (2,6 jaar) naar IJsland emigreren scoren hoger dan kinderen die op latere leeftijd (4;3 of 8;7 jaar) naar IJsland zijn geëmigreerd (Thordardottir & Juliusdottir, 2012: 416-432) Volgens Thordardottir en Juliusdottir, (2012: 416-432) komt dit mogelijk omdat kinderen op oudere leeftijd direct aan complexere grammatica, morfologie en complexere nieuwe woorden zijn blootgesteld. Volgens de onderzoekers speelt motivatie ook een grote rol bij het leren van een tweede taal. IJslands is een kleine taal vergeleken met Engels, Chinees en Spaans. Tweedetaalverwervers zijn meestal niet of nauwelijks bloot gesteld aan de IJslandse taal en zien soms het nut niet in om IJslands te leren (Thordardottir & Juliusdottir, 2012: 416-432). Deze motivatie kan andersom ook gelden voor de Nederlandse taal als een IJslands kind emigreert naar Nederland. Het Nederlands is ook een kleine taal vergeleken met andere grote wereldtalen. De onderzoekers Thordardottir en Juliusdottir (2012) hebben de tweetalige kinderen vergeleken met kinderen die een specifieke taalstoornis (STOS) hebben en hieruit bleek dat kinderen die tweetalig zijn andere fouten maken dan kinderen met STOS en ook hoger scoren dan kinderen met STOS in IJsland. Daarnaast bleek ook dat ze lager scoren dan normaal ontwikkelende moedertaalsprekers na een aantal jaar onderwijs.
4. Specifieke taalstoornissen in het IJslands
Het is nog onduidelijk hoe veel kinderen in IJsland een specifieke taalstoornis (STOS) hebben (Ralston, 2013: 13). Kinderen met STOS hebben meestal moeite met het suffix dat afhankelijk is van het geslacht van het naamwoord (Ralston, 2013: 13-19). Dit blijkt ook uit een crosslinguaal onderzoek van Thordardottir (2008) waarbij Engels- en IJslandssprekende kinderen met STOS met elkaar vergeleken zijn. In het IJslands maakten de kinderen de meeste fouten in de inflectie van werkwoorden en naamwoorden (Thordardottir, 2008: 922-937). Uit beide studies (Thordardottir, 2008; Ralston, 2013) komt naar voren dat de onderzoekers het moeilijk en incorrect kunnen herhalen van nonsenswoorden als kenmerk zien voor kinderen met STOS (Thordardottir, 2008: 922-937; Ralston, 2013: 13-19). Thordardottir (2008) heeft spontane taal van kinderen met STOS geanalyseerd en vergeleken met kinderen die een normale taalontwikkeling hebben. Kinderen met STOS hadden een kortere MLU dan de controlegroep in zowel normale conversatie als in het vertellen van een verhaal (Thordardottir, 2008: 922-937).IJslandse kinderen met STOS hebben moeite met het correct toepassen van de verbuigingen bij zwakke en sterke voornaamwoorden. Als eerste dient de basis stap voor stap te worden geleerd door alleen de verbuigingen bij zwakke naamwoorden te leren voor het enkelvoud en meervoud. Indien deze patronen zijn geautomatiseerd kunnen kinderen de verbuigingen bij sterke naamwoorden leren (Ralston, 2013: 20-22). Mogelijk helpt de stapsgewijze methode die voor tweedetaalverwervers wordt gebruikt ook voor kinderen met STOS (Ralston, 2013: 43-46). Echter is er groter onderzoek noodzakelijk om gegevens uit het onderzoek van Ralston te mogen generaliseren. Om meer inzicht te krijgen in de prevalentie van STOS in IJsland, specifieke kenmerken van kinderen met STOS in het IJslands en een passende behandeling van de problemen die kinderen ervaren, zal meer onderzoek noodzakelijk zijn.
5. Samenvatting
Fonologie
De meeste vocalen en diftongen zijn ongeveer vergelijkbaar met de Nederlandse vocalen en diftongen. In het IJslands kent men de ‘stomme /e/’ niet. Ook de [a], [o] klinken in het Nederlands anders dan in het IJslands. In het IJslands kent men de diftong [œy] niet. Deze klank zal het meeste problemen geven bij meertalige IJslandse kinderen die emigreren naar Nederland. Indien er een vergelijking tussen IJslandse en Nederlandse consonanten wordt gemaakt zijn er meerdere verschillen in beide klanksystemen. In het IJslands kent men de volgende klanken niet [b,d,g, ʃ, ʒ, ʋ, z] die in het Nederlands wel worden gebruikt. Dit heeft in sommige gevallen een logische verklaring, omdat de klanken [ʃ, ʒ] in Nederland ook in leenwoorden worden gebruikt zoals in het woord <douche> en <horloge>. In het IJslands is het gebruikelijk om leenwoorden zo goed mogelijk te vertalen naar de eigen taal. Een tweetalig kind zal met name moeite hebben om de klanken [b,d,g, ʃ, ʒ, ʋ, z] te verwerven, omdat deze in het IJslands niet voorkomen. De plosieven hebben een andere klank-teken koppeling in het IJslands vergeleken met het Nederlands. De letter <b> wordt uitgesproken als een [p] en de letter <d> wordt in het IJslands als een [t] uitgesproken. Indien een Nederlands kind naar IJsland emigreert, zal het kind daar met name moeite hebben met het uitspreken van geaspireerde consonanten en met stemloze consonanten die in het Nederlands ongeaspireerd en stemhebbend worden uitgesproken.
Morfologie
Voor een kind dat emigreert naar IJsland zullen de meeste problemen ontstaan in de morfologie, omdat het IJslands een zeer uitgebreid en complex systeem bevat voor naamwoorden en werkwoorden met vier naamvallen. Een kind dat emigreert naar Nederland zal waarschijnlijk ook moeite hebben met bepaalde aspecten, omdat lidwoorden en het geslacht worden samengevoegd met een suffix in het IJslands.
Syntaxis
De woordvolgorde in het IJslands is behoorlijk vrij. Zeker bij hoofdzinnen is dit het geval. Dit zal veel problemen geven bij tweetalige kinderen in het IJslands. In het Nederlands heeft de zinsbouw een meer gebonden en vaste structuur dan in het IJslands. Voor Nederlandse kinderen die naar IJsland emigreren zal het lastig zijn om logica te zien in de IJslandse zinsbouw.
Pragmatiek
Er zijn helaas geen specifieke artikelen omtrent pragmatische vaardigheden in het IJslands gevonden.
Lexicon
In tegenstelling tot het Nederlands en andere Scandinavische talen, is de woordenschat in het IJslands weinig veranderd. Men tracht er zo veel mogelijk leenwoorden naar de eigen taal te vertalen. De laatste jaren is er langzaam een toename in het gebruik van leenwoorden in het IJslands (Jacobsen, 2001: 41; Thordardottir & Juliusdottir, 2012: 415). In het Nederlands nemen we vaker het leenwoord letterlijk uit de andere taal over. Voor een bilinguaal kind uit IJsland kan het hierdoor soms lastig zijn om bepaalde Nederlandse leenwoorden te vertalen naar het IJslands en vice versa.
Verwervingsfases spraak en taal IJslands
Kinderen in IJsland starten vroeger met hun morfologische ontwikkeling, omdat morfologie een belangrijke speelt in de IJslandse taal. Vanwege de complexiteit duurt de verwerving van morfologische vaardigheden 1 tot 2 jaar langer in vergelijking met Nederlandse kinderen. Zowel in Nederland als in IJsland is er een periode van overregularisatie. Kinderen in IJsland laten rond 4 jaar een vertraging zien in hun ontwikkeling als het gaat om het vervoegen van sterke werkwoorden. Rond zesjarige leeftijd is deze achterstand bij een normale ontwikkeling weer ingehaald.
Tweede taalverwerving in het IJslands
Kinderen die emigreren naar IJsland en IJslands als tweede taal leren, zullen veel problemen ervaren met het complexe inflectiesysteem in IJsland. (Thordardottir & Juliusdottir, 2012: 411-412). Uit het onderzoek van Thordardottir en Juliusdottir (2012: 416-432) blijkt dat kinderen die IJsland als tweede taal leren in het begin een achterstand vertonen en deze bij de meeste kinderen aan bleef houden na 2 tot 3 jaar onderwijs in het IJslands. Kinderen die op jongere leeftijd emigreren naar IJsland vertonen een minder grote achterstand dan kinderen die op latere leeftijd naar IJsland emigreren.
Specifieke taalstoornis IJslands
Het is nog onduidelijk hoe veel kinderen in IJsland een specifieke taalstoornis (STOS) hebben. Kinderen met STOS hebben meestal moeite met het suffix dat afhankelijk is van het geslacht van het naamwoord en wordt samengevoegd met het naamwoord. Tevens blijkt dat het herhalen van nonsenswoorden lastig is voor kinderen met STOS en als kenmerk voor STOS wordt gezien in IJsland. Kinderen met STOS hebben een kortere MLU dan kinderen met een normale taalontwikkeling. Om meer inzicht te krijgen in de prevalentie van STOS in IJsland, specifieke kenmerken van kinderen met STOS in het IJslands en een passende behandeling van de problemen die kinderen ervaren, zal meer onderzoek noodzakelijk zijn.
Literatuurverwijzingen
Boeken en wetenschappelijke tijdschriften
Árnason, K. (2011). The phonology of Icelandic and Faroese. Oxford: Oxford University Press.
Hyams, N., & Sigurjónsdóttir, S. (1990). The development of “long-distance anaphora”. A cross-linguististic compararison with special reference to Icelandic. Language Acquisition, 1, 57-93.
Jacobsen, J., í Lon. (2001). Føroyskt – Faroese. Sprogforum, 19, 39-45.
Karlsson, S. (2004). The Icelandic language. Londen: Viking society for Northern Research.
Maling, J. (1980). Inversion in embedded clauses in Modern Icelandic. Syntaxis and Semantics, 24, 71-91.
Ministry of Education, Science and Culture. (2002). The educational system in Iceland. Reykjavik: Ministery of Education, Science and Culture.
Ragnarsdóttir,H., Somonsen, H.G. & Plunkett, K. (1999). The acquisition of past tense morphology in Icelandicand Norwegian children: an experimental study. Journal of Child Language,26, 609-612.
Rögnavaldsson, E. (1982). We need (some kind of) a rule of conjunction reduction. Syntaxis and Semantics, 24, 349-353.
Thordardottir, E.T. (2008). Language-specific effects of task demands on the manifestation of specific language impairment: a comparison of English and Icelandic. Journal of Speech, Language, and Hearing Research, 51, 922-937.
Thordardottir, E.T. & Evans, J.L. (2002). Continuity in lexical and morphological development in Icelandic and English-speaking 2-year-olds. First Language, 22, 3-28.
Thordardottir, E.T. & Juliusdottir, A.G. (2012). Icelandic as a second language: a longitudinal study of language knowledge and processing by school-age children. International Journal of Bilingual Education and Bilingualism Language, 16, 411-435.
Thráinsson, H. (1994). Icelandic. In E. König & J. van der Auwera (red.), The Germanic Languages (pp. 142-190). Londen: Routledge.
Thráinsson, H. (2007). The syntaxis of Icelandic. Cambridge syntaxis guides. Cambridge: Cambridge University Press.
Zwart, J-W. (2011). The Syntax of Dutch. Cambridge syntaxis guide. Cambridge: Cambridge University Press.